
Gerechtsdeurwaarderswet
Artikel 9
1
De gerechtsdeurwaarder legt binnen twee maanden na de dagtekening van zijn benoeming ter openbare terechtzitting voor de rechtbank van het arrondissement waarin de plaats van vestiging is gelegen de navolgende eed of belofte af:
?Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning en de Grondwet.?
?Ik zweer (beloof), dat ik mij zal gedragen naar de wetten en voorschriften op mijn ambt van toepassing en dat ik mijn taak eerlijk en nauwgezet zal uitvoeren.?
?Voorts zweer (verklaar) ik, dat ik, om tot gerechtsdeurwaarder te worden benoemd, direct of indirect aan niemand, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige giften of gaven beloofd of afgegeven heb, noch beloven of afgeven zal?.
2
Indien de eed of belofte niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn is afgelegd, vervalt de benoeming. Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde termijn verlengen.
3
Alvorens de eed of belofte af te leggen, deponeert de gerechtsdeurwaarder zijn handtekening en paraaf ter griffie van de in het eerste lid bedoelde rechtbank. In geval van verandering van plaats van vestiging buiten het arrondissement deponeert de gerechtsdeurwaarder zo spoedig mogelijk na de benoeming op de nieuwe plaats van vestiging zijn handtekening en paraaf ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin de nieuwe plaats van vestiging is gelegen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AX8850, Hoger beroep, 1055/05 GDW
Rechtsoort
Civiel overig
Datum uitspraak
15-06-2006
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof AmsterdamHet hof is van oordeel dat het de gerechtsdeurwaarder niet vrij staat zich te afficheren door middel van het gebruik van zijn titel als gerechtsdeurwaarder of wel het gebruik van het woord beëdigd in samenhang met het woord taxateur, terwijl zijn werkzaamheden in geen enkele relatie staan tot het verrichten van ambtshandelingen.